Herinrichting van de Antwerpse kaaien
Aan het eind van de 19e eeuw was een betere ontsluiting van de Schelde essentieel voor de groei van de Antwerpse haven. Dit resulteerde in 1896 in een grootschalig project om de rivieroevers te vernieuwen en te versterken.
Zuidwaarts verrezen nieuwe kaaien, bijna twee kilometer lang. Het was een samenwerking die haar gelijke niet kende: overheidsinstanties, ingenieurs en gespecialiseerde aannemers vonden elkaar in dit ambitieuze project. Het was een van de meest gedurfde kadewerken van die tijd, en het vergde het uiterste van iedereen die eraan meewerkte.
Tussen hen stonden Hendrik Willem Ackermans en Nicolaas van Haaren. Met hun kennis van baggerwerken en waterbouwkunde vormden ze een onmisbare schakel. De omstandigheden waren allesbehalve eenvoudig. De ondergrond werkte tegen, de getijden waren uitdagend en het weer was onvoorspelbaar.
Baggerschepen zoals Schelde II werden ingezet bij de verdiepingswerken en het stabiliseren van de nieuwe kaaimuren.
En dan, in augustus 1903, was het zover. De nieuwe zuidelijke kaaien werden officieel geopend. Ze vormden voortaan de toegangspoort tot het opkomende industriële gebied Petroleum Zuid, een nieuwe levensader voor de haven, gebouwd op jaren van vakmanschap, doorzettingsvermogen en technisch vernuft. In de jaren die volgden bleef het nieuwe kaaigebied verder groeien en veranderen, mee met het ritme van een haven in volle expansie.