Inbeslagname van de vloot in Rusland
Naarmate de Eerste Wereldoorlog vorderde, werd werken in Europa steeds onzekerder. In sommige gebieden konden activiteiten nog onder moeilijke omstandigheden worden voortgezet, maar in Rusland verslechterde de situatie in snel tempo.
Vanaf 1915 kwamen bedrijven die in het land actief waren onder staatstoezicht. Strategische sectoren en infrastructuur werden steeds strenger gereguleerd. De werkomstandigheden werden ook gevaarlijker. Uit angst voor hun veiligheid zagen werknemers zich gedwongen de projecten te verlaten en het land te ontvluchten. Velen vonden tijdelijk onderdak in Zweden, met Stockholm als belangrijk toevluchtsoord. Geleidelijk werden de activiteiten in de regio stopgezet.
Voor de oprichters van DEME, die in Rusland en de Golf van Finland volledig steunden op een gespecialiseerde vloot van baggerschepen, pontons, sleepboten en andere vaartuigen, betekende dit een ingrijpend verlies aan operationele slagkracht.
In 1917 volgde een van de meest dramatische momenten in de geschiedenis van de onderneming. In opdracht van de Russische regering werden twaalf vaartuigen van Ackermans & van Haaren, gevuld met materiaal, in konvooi naar Sint-Petersburg overgebracht, waar ze in handen vielen van de bolsjewisten. In januari 1919 werd het materiaal in beslag genomen en genationaliseerd wat een aanzienlijk financieel verlies inhield voor de onderneming.
Wat er precies met de vloot is gebeurd, blijft tot op vandaag onbekend. Zeker is wel dat de gebeurtenissen van 1917 abrupt een einde maakten aan een van de belangrijkste internationale doorbraken van het bedrijf. Ondanks dit zware verlies lieten de oprichters zich niet ontmoedigen. Gesteund door de veerkracht van hun mensen, sterke partnerships en jarenlange ervaring, richtten zij zich opnieuw op de toekomst en legden zij de basis voor een nieuwe fase van groei in de jaren die volgden.