Langs de Maas naar België
Voor Nicolaas van Haaren en Hendrik Willem Ackermans betekende hun eerste grote opdracht in België een keerpunt in hun gezamenlijke geschiedenis. Eind jaren 1880 startte België een ambitieus defensieprogramma, gebaseerd op het plan van luitenant-generaal Brialmont. Dit programma omvatte de bouw van moderne fortengordels rond Luik en Namen.
In juli 1888 werd de uitvoering van deze werken toevertrouwd aan Franse aannemers, waaronder Fougerolle. Diezelfde maand reisde Hendrik Willem Ackermans, samen met Nicolaas van Haaren en andere Nederlandse aannemers, naar Parijs om er een contract te ondertekenen voor de levering van 1,2 miljoen kubieke meter grind aan de genie van het Belgische leger. Het was een vooruitstrevend project: niet alleen voorzag het de forten van onmisbaar bouwmateriaal, maar tegelijk hield het de Maas bevaarbaar door grind van de rivierbodem te baggeren.
Aanvankelijk werden veertien baggertuigen ingezet. Naarmate het project vorderde, groeide ook de vloot. Met emmerbaggermolens werd het grind gewonnen, in goederenwagons geladen en rechtstreeks naar de fortbouwplaatsen vervoerd.
De omstandigheden waren niet altijd eenvoudig. Strenge winters en krachtige stromingen maakten het werk zwaar en stelden iedereen op de proef. Het belang van de werken bleef niet onopgemerkt. Tijdens een bezoek in oktober 1889 sprak koning Leopold II zijn waardering uit voor de vakkennis en het doorzettingsvermogen van de aannemers. Met de voltooiing van de levering van Maasgrind voor de Belgische forten begon een lange traditie van markante infrastructuurwerken in België.