Pionierswerken in Argentinië en baggerwerken in Bahía Blanca
Toen de werken in Argentinië van start gingen, scheepten groepen Nederlandse en Belgische arbeiders in voor een lange reis naar Zuid-Amerika. De overtocht was niet zonder risico’s – tijdens één van de reizen zonk de baggermolen Rosario II, al konden alle opvarenden gelukkig veilig worden gered.
Maar de vroege pioniers van DEME lieten zich niet afschrikken. Na weken op zee betekende Buenos Aires het begin van een leven ver van huis, gevolgd door lange tochten stroomopwaarts naar plaatsen als Rosario en Bahía Blanca, waar ze woonden op voor anker liggende schepen of in kleine verblijven aan de rivier.
De arbeiders bouwden er een hechte gemeenschap uit, gedragen door kameraadschap en gevormd door het ritme van de rivier. Hun innovatieve geest en veerkracht bepaalden de toekomst van ons werk over continenten heen, en de fundamenten die zij legden dragen ons vandaag nog steeds.
Van 1906 tot 1911 speelde de baggervloot een centrale rol in de ontwikkeling van het havengebied van Bahía Blanca. Ze ondersteunde zowel de commerciële haven van Ingeniero White als de opkomende spoorweg- en marine-infrastructuur in het nabijgelegen Puerto Belgrano. Tijdens deze werken werd meer dan 8 miljoen m³ grond gebaggerd, waarvan 7 miljoen m³ werd gebruikt voor landaanwinning, wat de snelle groei van deze strategische haven versterkte. De emmerbaggermolen Antwerpen en sleepboot Marguerite werden gedurende de hele operatie ingezet.