Verdiepingswerken voor een betere maritieme toegang
In december 1885 sloegen Nicolaas van Haaren en Hendrikus Theodorus Wiegerinck opnieuw de handen in mekaar en sleepten ze het contract in de wacht voor de verdieping van Het Scheur. Doel: de bevaarbaarheid van deze cruciale scheepvaartroute naar de haven van Rotterdam verbeteren.
Voor die tijd was het een ambitieus project. In 150 werkdagen moest maar liefst 300.000 kubieke meter materiaal worden gebaggerd, met de inzet van minimaal drie stoomaangedreven baggermolens. De contractwaarde van 103.300 Nederlandse guldens onderstreepte de groeiende schaal en technische eisen van waterbouwkundige werken aan het einde van de 19e eeuw.
In die pioniersjaren van de waterbouw waren emmerbaggermolens de standaard. Deze vroege verdiepingswerken legden mee de basis voor expertise in het vrijwaren en verbeteren van maritieme toegang, een vakgebied dat vandaag nog altijd een centrale plaats inneemt in de activiteiten van DEME in havens en vaargeulen wereldwijd.