Werken over de landsgrenzen heen aan Kanaal Gent-Terneuzen
Tussen de jaren 1880 en het begin van de 20e eeuw kreeg het Kanaal Gent-Terneuzen een grondige modernisering. Die was nodig om gelijke tred te houden met steeds grotere schepen en de overgang naar stoomschepen. Na bilaterale akkoorden tussen België en Nederland gingen grootschalige werken van start om het kanaal en de sluizen te verbreden, te verdiepen en te vernieuwen.
In de vroege fase van deze werken speelde Nicolaas van Haaren, samen met Hendrikus Theodorus Wiegerinck, een sleutelrol. In 1882 kregen zij de opdracht om een zijkanaal ten oosten van Sas van Gent aan te leggen en het Nederlandse deel van het kanaal te verbreden en te verdiepen. Drie jaar later waren de werken voltooid, met als resultaat een kanaal van 6,5 meter diep en 68 meter breed aan de waterlijn - een indrukwekkende realisatie voor die tijd.
Rond de eeuwwisseling volgden nieuwe sluizen, bruggen en havendijken in Terneuzen, Sluiskil en Sas van Gent. Nicolaas van Haaren en Hendrik Willem Ackermans bundelden hierbij hun leiderschap en technische expertise, wat cruciaal was voor het welslagen van de werken. Familieleden stonden bovendien persoonlijk borg voor de uitvoering en hielpen mee om de complexe regelingen over de landsgrenzen heen in goede banen te leiden.