Wrakken bergen en de heropbouw van Walcheren
Toen de oorlog in 1945 ten einde liep, werden de oprichters ingezet voor een gevaarlijke maar cruciale opdracht: het opruimen van de oorlogsresten en het herstellen van zwaar beschadigde kustinfrastructuur. In het pas bevrijde Vlissingen was de haven een verraderlijk gebied, bezaaid met oorlogsresten. Tussen mei en juni 1945 voerden de bemanningen een delicate operatie uit om de havenbodem uit te tot zes meter te verdiepen. Ze slaagden erin om gezonken scheepswrakken, zware versperringsnetten en torpedo's veilig te bergen.
Nadat de wateren waren vrijgemaakt, verschoof de aandacht naar de enorme humanitaire en technische uitdaging op het ondergelopen eiland Walcheren, waarvan de dijken het jaar ervoor door geallieerde bombardementen waren verwoest. Van juni tot augustus 1945 stelden de oprichters zeven schepen ter beschikking van de Nederlandse Rijkswaterstaat. Mede dankzij hun onvermoeibare inzet konden de bressen in de dijken worden gedicht, waarmee de eerste stap werd gezet naar de langdurige wederopbouw van de regio.