De ijzige odyssee van snijkopzuiger Gironde
Eind jaren 1930 werd er nieuw materieel ingezet voor projecten in Noord- en Oost-Europa. Een van de schepen was de snijkopzuiger Gironde. In december 1938 vertrok het schip via de binnenwateren richting Polen.
De reis veranderde al snel in een onverwachte beproeving. Kort na vertrek kwam het schip bij het Duitse Osnabrück vast te zitten in dik ijs, waardoor de reis wekenlang stillag. Wat een eenvoudige reis had moeten zijn, draaide uit op een onzekere en ijskoude tocht vol vertragingen en gevaarlijk lage waterstanden.
Toen het ijs eindelijk was gesmolten, hielden de problemen niet op. De Gironde had een waterdiepte van minstens 1,70 meter nodig om te kunnen varen, maar in juni 1939 zakte het waterpeil naar amper 70 centimeter. Het schip kwam daardoor nauwelijks vooruit en moest soms zelfs delen van de eigen vaarroute baggeren. Een reis die eigenlijk een paar weken zou duren, werd een loodzware tocht van acht maanden voordat de eindbestemming werd bereikt.