Een groeiende baggervloot
Vanaf het einde van de 19e eeuw investeren de stichters van DEME volop in de uitbreiding en modernisering van hun vloot. Tegelijk zijn ze ook actief in de scheepsbouw. Nieuwe schepen worden besteld en gebouwd op werven in België en Nederland, onder meer bij Smit in Kinderdijk en Gusto in Schiedam.
Tussen 1888 en 1935 worden in totaal maar liefst 274 schepen gebouwd, waarvan het merendeel voor eigen gebruik. De vloot is veelzijdig: van emmerbaggermolens en zuigers tot hopperzuigers, cutterzuigers en sleephopperzuigers, aangevuld met sleepboten, bakken, drijvende kranen en ander ondersteunend materieel.
Waar klassieke emmerbaggermolens lange tijd het beeld bepaalden, doen geleidelijk meer geavanceerde types hun intrede. Ze maken het mogelijk om efficiënter te werken en grotere projecten uit te voeren, zowel op rivieren en kanalen als op open zee.
Sommige schepen illustreren die ontwikkeling bijzonder sterk. De Schelde II combineert bijvoorbeeld zuig- en pomptechnologie in één schip, een innovatieve stap in die tijd. Grotere eenheden zoals de baggermolens Gelderland tonen hoe de schaal van projecten toeneemt, terwijl schepen zoals Rosario worden ingezet op internationale projecten in Zuid-Amerika.